Bezoekjes

De televisie staat aan. Hier is alles rustig, heel rustig. Hier is geen corona.

Frans zit in zijn sta-op-stoel met zicht op de deur. Een deur die sinds enkele weken nog maar weinig wordt gebruikt.

Frans woont hier alleen. Zijn kinderen doen veel voor hem. Zonder hen zou Frans hier niet meer kunnen wonen.

Het leven van Frans is er de laatste jaren niet leuker op geworden. De aftakeling heeft genadeloos toegeslagen. De rek is uit zijn longen en zijn vaten zijn slecht. Zo slecht dat het hem al één been heeft gekost. Het gevaar dat ook zijn tweede been eraan gaat ligt voortdurend op de loer.

Frans kreeg altijd veel bezoek. Iedere dag weer kwamen er dorpsgenoten bij hem buurten. Frans genoot van die bezoekjes, hoe vluchtig of onbenullig ze voor de buitenwereld ook leken.

Ze zorgen ervoor dat zijn aandacht even werd afgeleid van zijn altijd aanwezige pijn. Ze waren zijn redding.

Nu mag dat niet meer, die bezoekjes.

Van Frans mag het wel, maar van zijn kinderen mag het niet. Ze houden zich bewonderenswaardig goed aan de richtlijnen. “Het is te gevaarlijk, pa. Je bent te kwetsbaar. Dat snap je toch wel.”

Als het aan Frans lag zou iedereen gewoon komen. Hij is best bereid het risico te nemen. Hij is niet bang voor het virus. Hij is niet bang voor de dood. Hij verlangt er soms zelfs stiekem naar.

Ik vind het naar om Frans zo te zien worstelen. Ik zie dat hij lijdt. Het gemis van contact met de buitenwereld wordt steeds ondraaglijker.

Voor Frans neigt het naar uitzichtloos, want wat blijft er nou nog over?

5 reacties On Bezoekjes

Reageren:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer