Op

Hij vroeg me of ik weer bij het gesprek met de dokter wilde zijn. Ik aarzelde. Ik zou het graag voor hem doen, maar blijf worstelen met de vraag of dat wel mijn taak is. Of het ondanks onze fijne gesprekken, niet passender of beter is wanneer de familie dit oppakt.

Ik heb het er regelmatig met hem over gehad. Hij geeft aan dat mijn aanwezigheid bij deze gesprekken hem steun geeft. Meestal zeg ik amper iets.

Het is voor hem geen optie dat zijn dochters erbij zijn. Hij vindt het verdriet in hun ogen te pijnlijk. Hij wil hun gezichten niet zien verkrampen wanneer hij zijn woorden uitspreekt. Hij wil niet dat dat hem afleidt van wat hij wil zeggen. Hij wil voorkomen dat zijn gedachten vertroebelen.

Zijn wens is namelijk geen bevlieging. Hij heeft deze route uiterst zorgvuldig bewandeld met een lichaam dat nagenoeg op is.

Nu zit ik weer naast hem, maar met een flinke knoop in mijn maag. Deze keer voelt anders dan de andere keren. Ik merk dat zijn einde nadert, dat het niet lang meer zal duren.

De dokter begint het gesprek en vraagt hoe het met hem gaat. Hij zucht een keer en kijkt me aan. Dan draait hij zijn hoofd terug naar de dokter. Hij haalt diep adem en zegt met duidelijke stem: “Ik kan niet meer, dokter. Ik kan niet meer verder. Het gaat niet meer.”

Na deze dappere woorden slaat hij zijn ogen neer, alsof hij zich schaamt.

Silte…

De dokter zegt niets en het  blijft best een tijdje stil. Het voelt niet ongemakkelijk. De stilte is nodig om de zwaarte van zijn woorden tot ons door te laten dringen.

Dan zegt ze: “Dan ga ik kijken wat ik voor u kan betekenen.”

Weer stilte…

Langzaam dringen haar woorden tot hem door en hij kijkt naar haar. Ik zie rust in zijn ogen. Zijn woorden zijn gehoord.

Zijn lijden is niet langer uitzichtloos.

10 reacties On Op

Reageren:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer