Rolstoel

Iedere week zie ik hem wel een keer. Ik vermoed zelfs dat hij er dagelijks loopt. Hij valt me op. Het voelt alsof ik hem een beetje ken, maar eigenlijk weet ik niets van hem. Ik steek altijd mijn hand naar hem op. Vroeger zwaaide hij terug.

Ik was in de veronderstelling dat zijn verschijning ook door mensen om mij heen gesignaleerd werd. Maar als ik er in mijn omgeving naar vraag, is er niemand die hem kent of ziet.

Een jaar of drie geleden zag ik hem voor het eerst. Een grote man, begin tachtig, gekleed in een beige broek met daarop een mooi overhemd en een gebreid vest. Een man met aanzien.

Hij liep achter een lege rolstoel. Als je zoiets één keer ziet, valt het vast niet op.

Ik zie hem vaak, heel vaak. Ik vraag mij af hoe hij aan die rolstoel komt. En waarom een rolstoel en geen rollator?

Misschien vond hij dat hij nog niet toe was aan een rollator. Ja oké, zijn lijf misschien wel, maar zijn geest nog niet. Misschien hoopte hij dat het tijdelijk zou zijn. Misschien was hij nog niet in staat om zijn aftakeling te accepteren. Misschien was hij gewoon te trots voor een rollator.

Nu, jaren later, loopt hij er nog steeds.

Jaren die niet mild voor hem zijn geweest. Zijn haar oogt dunner en vettiger en is meestal ongekamd. Hij wordt magerder. Zijn broek blijft nog maar moeizaam op zijn heupen hangen. Vaak hangt zijn overhemd uit zijn broek, die wat smoezelig oogt.

Hij beweegt zich sloffend voort. Zelfs zijn blik is veranderd, lege ogen. Zijn trots lijkt verdwenen. Zwaaien doet hij nooit meer.

Maar één ding is niet veranderd. Hij loopt nog altijd achter die lege rolstoel. Ik denk dat hij er geen weet van heeft dat er ook rollators bestaan.

3 reacties On Rolstoel

Reageren:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer