Telefoontje

In de verte gaat een telefoon. 

Ik haast me van de tuin via de bijkeuken en keuken naar de woonkamer. Op het tafeltje naast de bank staat een beige telefoon. Met draaischijf. 

Ik graai de hoorn van de haak. Net op tijd.

“Hallo, U spreekt met de wijkverpleegkundige van mevrouw de Groot,” zeg ik hijgend.

“Met Marcel,” zegt een timide stem aan de andere kant. 

Even blijft het stil.

“Ik ben in het ziekenhuis… Het is helemaal mis met mijn vader.” 

 Hij zucht.

“Ik zal je moeder even halen,” zeg ik, voor hij de kans krijgt uit te wijden.

Op mijn weg terug naar de tuin tref ik mevrouw de Groot in de bijkeuken.

Ze kijkt me met vragende ogen aan.

“Marcel belt vanuit het ziekenhuis. Het gaat niet goed met uw man,” zeg ik langzaam en duidelijk.

Mevrouw de Groot zegt niets en vervolgt, gebogen over haar rollator, de weg naar de woonkamer.

Ik loop achter haar aan, behoedzaam.

Ze manoeuvreert de rollator vakkundig tussen de salontafel en de bank en laat zich beheerst zakken.

Ze kijkt me aan en ik zie dat haar ogen gevuld zijn met tranen.

Ze lijkt gekrompen.

Ik reik haar de hoorn aan en schenk haar een bemoedigende glimlach.

Langzaam brengt ze de hoorn naar haar oor.

“Marcel? Met mama…” zegt ze zacht.

Ik laat haar alleen.

4 reacties On Telefoontje

Reageren:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer