Weekend

Zaterdagmiddag. Het is vreemd om een huis binnen te gaan via de garage, wanneer je er niet eerder bent geweest. Een mooi, ruim huis. Grote, donkere plavuizen steken scherp af tegen de hoge plint die vervolgens feilloos overgaat in een glad gestucte muur. De kleurrijke schilderijen horen niet bij elkaar, maar het klopt wel.
In een nis in de kamer staat het ziekenhuisbed. Er ligt iemand in. Lang, plukkerig, wit haar ligt stil op het kussen. Ik weet dat het mannenhaar is, dat bij een mannenhoofd hoort. Aan het haar zelf is het niet te zien. Het kan wel een wasbeurt gebruiken. Het past niet bij de kamer, niet strak, niet gestyled.
Geruisloos neem ik plaats op de stoel die bij het hoofdeind staat. Ik weet niet goed wat te doen. Zachtjes iets zeggen? Ik durf het niet.
Ik sta op en loop door openslaande deuren de tuin in. Onder een parasol zit een vrouw, een mooie, klassieke vrouw. Ik geef haar een hand en stel mezelf voor.
‘Wat kan ik voor uw man doen?’
‘Gerard moet zijn medicijnen hebben.’
‘Zullen we hem dan maar wakker maken?’ vraag ik, terwijl dat het laatste is wat ik wil. Langzaam lopen we naar het bed. Gelukkig neemt de vrouw het voortouw. Ze legt liefdevol haar hand op zijn hoofd. Ze heeft mooie, slanke handen, met gelakte nagels.
Gerard doet zijn ogen open.
‘Het gaat niet meer…’, zegt hij zacht.
Ze vraagt of hij pijn heeft.
‘Ja, overal.’ Een zucht. ‘Laat me maar slapen.’
Hij doet zijn ogen dicht en trekt zich terug in zijn schulp. We trekken het laken recht. Op het laken ligt een fleece-dekentje.
‘Gerard kon het gewicht van het dekbed ineens niet meer verdragen.’
Voor de vorm frummel ik nog een beetje aan de kussens.
Buiten vraag ik hoe de dag gegaan is. Ze vertelt. Veel zorgvuldig gekozen woorden. Ik heb en neem de tijd. Ze besluit haar verhaal dat het wachten is op maandag. Maandag komt de eigen huisarts weer. Dan wordt gekeken hoe verder. Maandag.
Palliatieve sedatie? Euthanasie?
‘Dit heeft hij nooit gewild.’
Voorzichtig geef ik aan dat maandag nog lang duurt, voor als het niet meer gaat…

Het is een tijdje stil, stil in de mooie tuin. De vogels fluiten en ik hoor geluid van een waterval één of twee tuinen verder.
‘Zal ik Gerard vragen of ik de huisartsenpost zal bellen, gewoon voor wat morfine of zo?’
Ziekte doet niet aan weekend.
De vrouw kijkt alsof ik iets bijzonders heb bedacht. Afwijken van het plan. Een huisarts laten komen. Doen alsof het maandag is. We maken weer de tocht naar het bed en weer die lieve hand teder op het hoofd.
Gerard doet traag zijn ogen open. Hij hoeft niet na te denken.
‘Maandag duurt lang, het gaat niet meer.’
Ik ga bellen.

4 reacties On Weekend

Reageren:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer